Oeuvre > architectuur

In Noord-Brabant heeft Jan de Jong veel kunnen bouwen. Naast prestigieuze projecten als gemeentehuizen (o.a. in Budel, Drunen, Schaijk, Someren en Zeeland) en kerken, ook veel woningbouw (o.a. in Grave) en particuliere opdrachten. Dankzij die grote productie, van steevast uiterst karaktervolle gebouwen, heeft hij sterk bijgedragen aan de verspreiding van, maar ook waardering voor, de strakke richting van de Bossche School. Waarbij hij veel geestverwante architecten, maar ook Dom Hans van der Laan zelf, inspireerde.

Toen hij eind jaren vijftig zijn eerste ontwerpen op basis van zijn inzichten presenteerde, maakte hij daarmee meteen diepe indruk. Dat gold vooral voor drie kerken die hij bouwde: de Gerardus Majella (1958-59) in Gemert, de Heilige Kruisvinding (1957-59) in Odiliapeel, en de Benedictus (1958, gesloopt in 2004) in Rijswijk. Met hun krachtige vormen en hun baanbrekende opzet, ze behoren tot de eerste zaalkerken in Nederland, gaven deze ontwerpen de Bossche School een totaal ander aanzien.

Op het landgoed Doornburgh in Maarssen (Utrecht) realiseerde De Jong het klooster Priorij Emmaus (1960-66).

Oeuvre > stedebouw

De Jong was ervan overtuigd dat de vorm van de dingen, de plaats van de dingen en de stedebouw elk eerst afzonderlijk bekeken moesten worden, en dan pas met elkaar in verband moesten worden gebracht. Hij zei: 'Elk van deze drie heeft een eigen karakter, een eigen grootte, plaats en oppervlakte'.

Hij is er nooit aan toe gekomen zijn ideeën over stedenbouw te publiceren maar in een gesprek vertelde hij wel waar het over ging. Zo hechtte hij veel belang aan het begrip oriëntatie. Stedebouw betekende voor hem oriëntatielijnen uitzetten, zodat ‘de ruimte die zich tussen de inwendige en uitwendige leegte bevindt, wordt bevrucht’.

Zoals architectuur geen ruimte inneemt maar juist ruimte doet ontstaan, zo zou ook stedebouw volgens De Jong geen ruimte moeten innemen maar oriëntatie ervaarbaar moeten maken. In veel van zijn ontwerpen is deze stedebouwkundige visie herkenbaar, met name waar hij werkt met hoekverdraaiingen van gevels, die steevast erop wijzen dat - soms lange - oriëntatielijnen in het ontwerp zijn verwerkt.